Negen miljoen gulden voor drie NWO-SPINOZA-laureaten 29 oktober 1998

De NWO-SPINOZA-premie, de hoogste wetenschappelijke onderscheiding van ons land, wordt dit jaar toegekend aan drie Nederlandse onderzoekers in respectievelijk de genetica, de wiskunde en de taalwetenschappen. De laureaten ontvangen op aanwijzing van een brede en internationaal samengestelde jury elk een bedrag van drie miljoen gulden ter besteding aan een nieuw onderzoeksplan.

De SPINOZA-laureaten 1998/1999 zijn:

De drie onderzoekers hebben elk een voortreffelijke, internationale staat van dienst in het wetenschappelijk onderzoek. Zij zijn niet alleen in staat gebleken zelf uitmuntend onderzoek te verrichten, maar hun kennis en vaardigheden ook aan te wenden om de jongere generatie onderzoekers te inspireren en te begeleiden. NWO verwacht dat zij deze leidende en richtinggevende rol ook de komende jaren met veel elan zullen vervullen. De SPINOZA-premie biedt hen daartoe royaal de kans. De stimuleringspremie geeft de onderzoekers met hun groep de onafhankelijkheid om de kennisgrenzen in hun vakgebieden naar eigen inzicht verder te verleggen.

De kandidaten voor de persoonsgerichte SPINOZA-premie zijn voorgedragen door de rectores magnifici van de dertien universiteiten, door de voorzitters van de afdelingen Letterkunde en Natuurkunde van de KNAW en door de voorzitters van de zeven Gebiedsbesturen van NWO. Een gezaghebbende, internationale wetenschappelijke commissie maakte uit de 33 voorgedragen kandidaten een selectie, waarover het Algemeen Bestuur van NWO op 28 oktober 1998 besliste.

De uitreiking van de premies met de bijbehorende Spinoza-sculptuur zal begin 1999 plaatsvinden. De premie is nu voor de vierde maal toegekend. Eerdere laureaten zijn prof. dr. G. 't Hooft (UU), prof. dr. E.P.J. van den Heuvel (UvA), prof. dr. F.G. Grosveld (EUR), prof. dr. F.P. van Oostrom (RUL), prof. dr. J.F.A.K. van Benthem (UvA), prof. dr. P. Nijkamp (UvA), prof. dr. G.A. Sawatzky (RUG), prof. dr. F.H.H. Kortlandt (RUL), prof. dr. H.M. Pinedo (VU) en prof. dr. R.A. van Santen (TUE). In de bijlagen is de uitgebreide considerans van de SPINOZA-commissie opgenomen.

Professor dr. J.H.J. Hoeijmakers

Prof. dr. J.H.J. (Jan) Hoeijmakers (1951) is zonder enige twijfel een onderzoeker van internationaal erkende topkwaliteit die grote invloed op zijn vakgebied heeft en nooit na een bepaald succes is blijven stilstaan. Onder zijn innoverende leiding is een geheel nieuw moleculair-biologisch onderzoek gestart op het terrein van veroudering en kanker. Hij was de eerste die een DNA-herstelgen bij de mens wist te kloneren. Dit werd gevolgd door klonering van een groot aantal van alle bekende genen met een dergelijke functie. Hoeijmakers heeft daardoor de moleculaire defecten bij diverse ernstige erfelijke aandoeningen weten op te helderen en de basis gelegd voor de biochemische analyse van de moleculaire mechanismen betrokken bij het herstel van beschadigingen van DNA. Een belangrijke doorbraak was zijn ontdekking (samen met een Franse groep) dat dezelfde genproducten betrokken zijn bij zowel DNA-herstel als de transcriptie van het DNA. Met deze ontdekking werden allerlei onverklaarde klinische kenmerken van erfelijke ziekten met een defect DNA-herstel plotseling begrijpelijk en was het concept van een geheel nieuwe categorie ziekten geboren: de transcriptie-syndromen. Voorts heeft analyse met muizenmutanten recent geleid tot nieuw inzicht in het moleculaire ontstaan van veroudering.

De 47-jarige Hoeijmakers heeft internationaal algemene erkenning gekregen voor zijn onderzoek. Dit blijkt onder andere uit de vele publicaties die onder zijn naam zijn verschenen. Ruim 200 artikelen, waarvan bijna zestig procent in de laatste vijf jaar, verschenen in tijdschriften die tot de top van zijn vakgebied behoren. Hij ontvangt talrijke uitnodigingen als spreker op de belangrijkste internationale moleculair-biologische bijeenkomsten, alsmede voor het schrijven van overzichten en commentaren voor internationale toptijdschriften. Hij is lid van vijf editorial boards en heeft bij diverse internationale fondsen financiŽle steun weten te verwerven.

Hoeijmakers vielen voorts diverse internationale honoraire benoemingen en eerbewijzen ten deel. Zo is hij lid van de European Molecular Biology Organization (EMBO, 1995), ontving hij de prestigieuze Louis Jeantet-prijs (samen met Bootsma), is hij lid van de wetenschappelijke adviesraad van een miljoenenprogramma van het Nationale Kankerinstituut in de Verenigde Staten, bekleedt hij het vice-voorzitterschap van de wetenschappelijke adviesraad van de Nederlandse Kankerbestrijding (KWF) en is hij geregeld lid van site-visiting commissies in Engeland en Japan.

Hoeijmakers is een stimulerend en innoverend onderzoeker met een grote aantrekkingskracht op jonge onderzoekers uit binnen- en buitenland. Zijn onderzoeksgroep bestaat uit ongeveer dertig medewerkers. Hij geeft sinds 1993 leiding aan zeventien promovendi (waarvan er inmiddels negen zijn gepromoveerd), elf postdocs (alle gefinancierd uit externe fondsen) en buitenlandse gastonderzoekers uit Frankrijk, Japan, VS, ItaliŽ, Groot-BrittanniŽ, AustraliŽ en Rusland.

De hoge productiviteit en baanbrekende kwaliteit van Hoeijmakersí werk zullen zich naar verwachting nog vele jaren ontwikkelen. De SPINOZA-premie biedt hem de mogelijkheid risicodragend onderzoek en nieuwe uitdagingen aan te gaan, waarbij hij nieuwe onderzoekslijnen tot ontwikkeling kan brengen. Met de middelen kan zijn onderzoeksgroep uitgroeien tot een centrum van toponderzoek en wordt een impuls gegeven aan het onlangs gestarte verouderingsonderzoek, dat reeds heeft geleid tot samenwerkingen met de inwendige geneeskunde, de radiotherapie en de cardiologie.

Professor dr. H.W. Lenstra

Hoogleraar Fundamentele en toegepaste wiskunde, Universiteit Leiden.

Prof. dr. H.W. (Hendrik) Lenstra (1949) is zonder enige twijfel de beste Nederlandse wiskundige en behoort tot de internationale wereldtop. Reeds op 25-jarige leeftijd (nog voor het behalen van zijn doctorstitel) werd hij beroemd vanwege zijn artikel Rational functions invariant under a finite abelian group. Het zwaartepunt van Lenstraís werk ligt op de gebieden algebra en getaltheorie en in het hiervoor opstellen van algoritmen. Dat werk heeft geleid tot nieuwe, veel effectievere algoritmen, zoals het LLL-algoritme (Lenstra-Lenstra-Lovasz algoritme). Lenstraís nieuwe algoritmen vinden vooral toepassing in de codetheorie, cryptografie, datacompactie en voor de databeveiliging in computers. Dit is een gebied waarin Nederland sterk is en waar Lenstra een leidende rol voortzet en versterkt. Zo heeft hij recent nog het beroemde bewijs van Wiles voor de laatste stelling van Fermat substantieel vereenvoudigd.

De 49-jarige wiskundige heeft buitengewoon veel wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan (ruim 140). Deze illustreren dat naast kwantiteit, zijn werk ook kwalitatief en vernieuwend op grote hoogte staat. Diverse publicaties van Lenstra hebben fundamentele doorbraken teweeg gebracht in het ontbinden in priemfactoren en het toetsen op primaliteit. Zo ontwikkelde hij samen met H. Cohen de eerste test waarmee binnen enkele minuten is te bepalen of een getal van enkele honderden cijfers een priemgetal is. De resultaten hebben de wereld van codering, encryptie en dataprotectie ingrijpend veranderd. Reeds op 35-jarige leeftijd werd Lenstra benoemd tot lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). De internationale erkenning van Lenstra blijkt uit de vele eerbewijzen en de circa twintig gasthoogleraarschappen die hem ten deel vielen, zoals de Fulkersonprijs (1985, American Mathematical Society and the Mathematical Programming Society), eredoctoraat Besanáon (1995), fellow American Academy of Arts and Sciences (sinds 1996), distinguished visiting professor aan het Institute for Advanced Study te Princeton. Ook wordt Lenstra voor diverse prestigieuze lezingen (zoals de Bernoulli-lezing te Groningen) uitgenodigd.

Lenstra is een stimulerend en inspirerend onderzoeker die op een bijzonder boeiende en plezierige wijze colleges en voordrachten geeft. Mede door zijn grote internationale reputatie trekt hij veel begaafde leerlingen aan: vier van de 22 bij hem gepromoveerde onderzoekers zijn hoogleraar geworden (te Rome, Chicago, Santa Clara, Ohio). Zijn stimulerende persoonlijkheid op (vaak jonge) wetenschappers komt voorts tot uitdrukking in het (mede)organiseren van beroemde bijeenkomsten, zoals de Oberwolfach- en Dagstuhl-meetings.

De verwachting is dat Lenstra het hoge niveau van zijn onderzoek nog vele jaren zal voortzetten. De toekenning van de SPINOZA-premie geeft de mogelijkheid om rond Lenstra een centrum van hoogwaardige activiteit op het gebied van algebra en getaltheorie te realiseren. De premie zal hem in staat stellen om zijn groep in Leiden uit te breiden met jonge onderzoekers, gasthoogleraren en geavanceerde computerapparatuur. Zo kunnen nieuwe impulsen worden gegeven aan dit vakgebied, hetgeen tevens een uitstralend effect zal hebben op de onderzoekschool Thomas Stieltjes. Zijn brede interesse (van getaltheorie tot complexiteitstheorie en algoritmiek) garandeert dat hij op het internationale topniveau zal doorgaan en daarmee het grote Nederlandse gezag in de internationale wiskunde zal kunnen continu-eren.

Professor dr. P.C. Muysken

Hoogleraar Algemene taalwetenschap in het bijzonder de Ibero-Amerikaanse talen, Universiteit Leiden.

(tot voor kort in de Algemene taalwetenschap, in het bijzonder de sociolinguÔstiek en de creolistiek aan de Universiteit van Amsterdam).

Prof. dr. P.C. (Pieter) Muysken (1950) is een van de productiefste en invloedrijkste Nederlandse taalkundigen van dit moment. Hij wordt internationaal erkend als leider in de creolistiek en de verwante terreinen van tweetaligheid, taalverwerving en sociolinguÔstiek. Het kenmerkende en unieke van Muyskens werk is dat hij een brug heeft weten te slaan tussen twee belangrijke onderzoekstradities in de taalkunde: enerzijds het beschrijvende en empirische taaltypologische onderzoek (gericht op feitelijkheden met betrekking tot de bestaande veelvormigheid aan talen) en anderzijds de algemene taalkunde (welke beoogt de universele eigenschappen van natuurlijke taal te verklaren). Muysken dwingt in beide werelden respect af. In de zee aan taalvarianten weet hij instinctief die verschijnselen op te sporen die voor de verdere ontwikkeling van de formele taalkunde cruciaal zijn.

Internationale erkenning kreeg hij voor een reeks aan prestaties, zoals zijn taalkundige analyse van het Quechia, dat onder andere leidde tot de ontdekking van het zgn. mirror principle in de formele taaltheorie, voor zijn werk aan het Equadoriaanse Media Lengua, voor zijn taalkundige ontrafeling van het code-wisselingsmechanisme en voor zijn bijdragen aan de zgn. X-bar theorie.

Muysken wordt erkend als de expert van de Andes-talen. Elk van deze wetenschappelijke bijdragen, ontdekkingen en theoretische doorbraken heeft aantoonbare effecten teweeg gebracht in de moderne taalkunde, zoals in het werk van Baker, Bickerton, Chomsky, Comrie, Lefebvre, Myers-Scotton en Sankoff. Ook kwantitatief is de wetenschappelijke productiviteit van Muysken indrukwekkend: Hij is eerste of enige auteur van zes Engelstalige monografieŽn, (co-)auteur van een twaalftal boeken (meestal voortkomend uit door hemzelf georganiseerde internationale workshops) en hij heeft meer dan 125 tijdschriftartikelen en hoofdstukken in boeken geschreven. Zijn omvangrijke oeuvre vertoont een gelukkige combinatie van breedte en diepte.

Muyskens nationale en internationale erkenning blijkt uit zijn diverse honoraire benoemingen en eerbewijzen: lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), Prins-Bernhardfonds Prijs (1985, samen met W. Zonneveld), Prix des Ambassadeurs (1990, samen met J. Treffers-Daller), gasthoogleraarschappen aan de universiteiten van Salzburg, Massachusetts en Montreal, vele uitnodigingen als spreker of docent (zoals scholar in residence aan Harvard University), redacteur bij Cambridge University Press van het nieuwe wetenschappelijke tijdschrift Bilingualism, Language and Cognition, lid van de editorial board van het belangrijkste tijdschrift op zijn vakgebied (Journal of Pidgin and Creole Languages) en van andere linguÔstische tijdschriften en series editor van de Creole Language Library.

Muysken is een inspirerend teamleider onder wiens eminente begeleiding twintig Nederlandse en vier buitenlandse promovendi hun dissertatie voltooiden. Binnenlandse en buitenlandse postdocs maken deel uit van zijn onderzoeksteam, waarvoor hij steeds externe fondsen heeft weten te verwerven. Hij is voorts een inventief organisator van nationale en internationale didactische en wetenschappelijke activiteiten, en daarmee een bindende figuur op zijn vakgebied. Zijn inspirerende karakter komt mede tot uitdrukking in het feit dat zijn voormalige studenten tot de best opgeleide en productiefste jonge onderzoekers in het vakgebied behoren.

De verwachting is dat Muyskens stormachtige wetenschappelijke carriŤre zich aanzienlijk verder zal ontwikkelen. De middelen van de SPINOZA-premie bieden hem de mogelijkheid om een toonaangevend onderzoeksteam samen te stellen alsmede het veldwerk te verrichten dat voor creolistisch, taalvergelijkend onderzoek vereist is. Ook zal de SPINOZA-premie uitstralen op de Landelijke Onderzoekschool Taalwetenschap (LOT

Nadere informatie bij de afd. Voorlichting & Communicatie van NWO, tel. 070 3440713, fax 070 3850971, e-mail .